Een beschouwing over “Moll-Blues” (1978) van de Oost-Duitse bluesband Engerling, tekst en muziek van Wolfram Bodag.
Een man in het Erinnerungshotel
Het lied draait om een personage dat gewoon “Moll” heet — en die naam is meteen het eerste raadsel. Moll is het Duitse woord voor mineur, de toonsoort van de melancholie. Wie “in moll” speelt, speelt in klagende toonaard; wie “Moll” heet, is de melancholie zelf ten voeten uit. Zijn tegenpool — de geliefde die hij “zijn Queen” noemt — heeft het hotel verruild voor de provincie en een nieuwe prins. Moll blijft achter in wat de tekst het Erinnerungshotel noemt: het hotel van de herinneringen.
Dat hotel is de centrale metafoor van het lied, en het is genadeloos precies gekozen. Een hotel is een plek waar je tijdelijk hoort te zijn; wie er een jaar woont, woont er te lang. Een hotelkamer is bovendien een toneel van afwezigheid: gestreken bedden voor gasten die nooit komen, aan de muur een foto van iemand die allang weg is. Moll zit in een wachtkamer van het eigen leven.
De dingen die achterbleven
Wat het lied zo sterk maakt, is dat de eenzaamheid niet wordt uitgesproken maar getoond in voorwerpen. De knalgele deken die hij ooit mooi vond. Het radio dat af en toe oude hits dudelt. De foto van de Queen aan de wand — met op haar arm “de blonde prins”, de rivaal die zelfs van de muur mee-grinst. In een goed blueslied zijn de rekwisieten belangrijker dan de klacht, en dat geldt hier volkomen.
Ook de muziek werkt mee: de titel belooft blues, en de band houdt woord. Langzaam tempo, mineurtoonsoort, de traditie van het Duitserdom in de DDR-blues van de jaren zeventig — een genre dat in de DDR een vluchtweg was voor wie niet meewilde met de officiële luim.
Twee liedjes in het radio
Er klinkt twee keer een radio op, en beide keren is het een knipoog. Eerst klinkt er iets dat lijkt op “Goodbye Corinna” — een afscheidslied over een vertrokken geliefde, precies Molls situatie. Daarna citeert de tekst de Beatles: “She’s got a ticket to ride” — een nummer dat in de volksmond vaak werd gelezen als: zij heeft haar ticket, ze is vertrokken. Het radio speelt dus niet zomaar muziek; het speelt Molls eigen verhaal terug in fragmenten. Dat is de gruwelijkheid van het Erinnerungshotel: ook de muziek herinnert.
De waarschuwing
Naar het einde toe keert het lied zich van beschouwing tot aansporing: Moll moet oppassen, luidt het refrein, anders stikt hij in het hotel. De herinneringen worden zwaarder, en “die Wasser fließen zu schnell” — een beeld dat terugkeert als een soort refrein-in-het-refrein: de tijd stroomt te snel om bij te benen, en juist daardoor klampt men zich vast aan wat achter ligt.
Interessant is dat het lied daarmee iets doet wat zeldzaam is in de blues: het treurt niet alleen, het warschuwt. De luisteraar wordt meegeaddressreerd. Achter Moll gaan we zelf schuil — en de vraag of we op tijd het hotel verlaten, is aan ons.
Waarom dit lied blijft
“Moll-Blues” is inmiddels bijna vijftig jaar oud, maar de figuur van Moll is tijdloos: de achterblijver in een kamer vol relikwieën van een vertrokken liefde. Bodag gaf hem geen pathos maar humor — de “mollige Queenie”, de grinnikende foto, de flauwe kul over de medicijn — en juist die lichte toon maakt de onderliggende treurigheid dragelijk. Het is blues zoals blues bedoeld is: niet verdrietig zijn, maar verdriet hanteerbaar maken.
Bronvermelding: de volledige liedtekst staat op de site van de band (engerling.de) en bij uitgever BuschFunk. Wie het lied wil horen, vindt het op de plaat uit 1978 en op de gebruikelijke streamingdiensten.